Arbitrage plan

Samengesteld door Willem Dingerdis

Naar voorbeeld van Arie den Dulk en in nauwe samenwerking met de Scheidsrechterscommissie vvBergen.


VOORWOORD

Arbitrage is misschien wel het meest besproken thema binnen de voetbalsport. vvBergen wenst zo min mogelijk discussies hieromtrent te hebben en heeft dan ook een scheidsrechterscommissie gevraagd om met aanbevelingen te komen hoe de arbitrage binnen de vereniging zo goed mogelijk te organiseren. Daartoe heeft de commissie intensief overlegd met de clubscheidsrechters. Dit arbitrageplan is daar een uitvloeisel van en is opgesteld ten behoeve van een passende en toekomstgerichte opzet van de begeleiding van de wedstrijden.

“RODE DRAAD”

Het belangrijkste onderdeel betreft de voordracht van de scheidsrechterscommissie om de oudere jeugdspelers te verplichten om per jaar een aantal wedstrijden te leiden. In deze opzet wordt deze groep niet alleen op een leuke en passende wijze betrokken bij het vrijwilligersbeleid, maar wordt hiervan tevens een positieve invloed verwacht op het kennis- en acceptatieniveau van de spelregels, en de toepassing van deze. In het plan is uitgebreid aandacht voor het juist begeleiden en ondersteunen van de “nieuwe lichting scheidsrechters” door ervaren scheidsrechters en coaches.

DE INZET VAN DE ARBITRAGE OP HOOFDLIJNEN VOOR:

1.1 Jeugdteams op zaterdag:

JO19-1 speelt 1e klasse en zal geleid worden door een KNVB-scheidsrechter (bij vervanging door een clubscheidsrechter die beschikt over een KNVB-BOS certificaat).

Overige jeugd:

In beginsel wordt volgens onderstaande indeling ingedeeld en gefloten op de zaterdag:
JO9 / MO9 - Leider of één van de ouders (*);
JO11 / MO11 - JO15 of MO15 / jeugdscheidsrechter;
JO13 / MO13 - JO17 of MO17 / jeugdscheidsrechter;
JO15 / MO15 - JO19 of MO19 / clubscheidsrechter;
JO17 / MO17 - JO19 of MO19 / clubscheidsrechter;
JO19 / MO19 - Clubscheidsrechter / senioren.

(*) Wedstrijden van JO9 of MO9 worden bij voorkeur geleid door een ouder of de leider. De reden is dat de JO9-pupillen vaak nog actieve coaching behoeven en niet alle jeugdscheidsrechters kunnen daar op de juiste manier in voorzien. Bovendien hopen wij dat ouders of leiders op deze wijze “de scheidsrechter in zichzelf ontdekken” waarna een glansrijke carrière als clubscheidsrechter in het verschiet ligt.

1.2 Senioren:

Senioren 1 wordt standaard geleid door een KNVB-scheidsrechter. Ingeval van verhindering wordt door de KNVB voor een invaller gezorgd.


De overige teams zullen worden geleid door één van de ervaren clubscheidsrechters en/of seniorenspelers.

2 De achterliggende gedachten en ideeën van deze opzet:

Arbitrage is als gezegd voor veel verenigingen een veeleisend en veelbesproken thema. Met eveneens wekelijks de nodige knelpunten qua invulling en organisatie. vvBergen is van mening dat dit structureel en zorgvuldig aangepakt moet worden en heeft om die reden een arbitragecommissie geïnstalleerd die het initiatief genomen heeft de vereniging en de leden/spelers/belangstellenden op structurele wijze betere en toekomstbestendige arbitrage te bieden.

De arbitragecommissie heeft de volgende doelstellingen benoemd:

  • Een duidelijke organisatiestructuur neerzetten met profielschetsen en taakomschrijvingen;
  • De oudere jeugd van vvBergen de verantwoordelijkheid geven om jeugdwedstrijden te leiden;
  • Deze arbiters in spé (jeugd SR) laten begeleiden door een scheidsrechterscoördinator en ervaren scheidsrechters en coaches;
  • Met als doel wedstrijden goed geleid te krijgen, respect en enthousiasme te krijgen vanuit de vereniging en uiteindelijk wellicht ook zelfopgeleide zelfstandige scheidsrechters M/V;
  • Een directe en belangrijke afgeleide is dat op deze wijze de spelregelkennis, respect voor de arbitrage en mentale weerbaarheid zal toenemen;
  • Met ook als doel om assistent-scheidsrechters beschikbaar te krijgen voor alle soorten wedstrijden, eveneens op een goed kennis- en mentaal weerstandsniveau;
  • Deze elementen zullen ook ondersteund worden middels spelregelcursussen en workshops;
  • Tenslotte is en blijft een belangrijke rol en verantwoordelijkheid voor de ouders en begeleiders weggelegd. Door middel van informatieavonden zullen zij in de gelegenheid worden gesteld om kennis op te doen voor een eventuele rol als assistent-scheidsrechter (grensrechter).

Dit rapport is slechts een eerste aanzet en zal de komende jaren verder ontwikkeld en waar nodig verbeterd worden. Hiertoe heeft de commissie een open houding naar ervaringen en zal intensief contact bestaan met de KNVB en collegaverenigingen.

3 De praktijk:

De oudere jeugd (JO15/MO15, JO17/MO17 en JO19/MO19) zal in samenspraak met de leiders worden uitgelegd welke rol enkele keren per jaar van hen zal worden verwacht;

De scheidsrechterscommissie zal in samenspraak met het Hoofd Voetbal Technische Zaken (VTZ)wekelijks tijdig de aanstellingen doen voor de geplande wedstrijden. Het Hoofd VTZ stemt dat vervolgens af met de hoofdtrainers;

De aanstellingen worden ruim vooraf voor de wedstrijddag gecommuniceerd op de website (programma) en ook gemeld aan de respectievelijke leiders;

De desbetreffende jeugd SR’s worden geacht zich 15 minuten voor aanvang van de wedstrijd te melden in het wedstrijdsecretariaat voor een briefing en het in ontvangst nemen van een scheidsrechters jack, fluit en schrijfblokje;

LET OP: voor de jeugd SR’s geldt dit niet als een vrijblijvende aanstelling. Als de aangestelde speler niet 3 dagen voor de wedstrijddag heeft afbericht of zonder opgave van een geldige reden (ter beoordeling aan de aanwezige afgevaardigde van de scheidsrechtercommissie) niet aanwezig is, is de directe sanctie dat hij/zij de eerstvolgende wedstrijd (kan ook dezelfde dag) niet mag spelen. Daarbij wordt de speler in kwestie twee keer achtereenvolgens ingedeeld.

Indien de jeugd SR een tweede keer verzuimt, wederom zonder opgave van geldige redenen, dan volgt een gesprek waarna nogmaals een verstrekkender sanctie kan worden opgelegd;

Jeugd SR’s worden voor, na en desgewenst tijdens de wedstrijd, met raad en daad bijgestaan door ervaren clubscheidsrechters;

Na de wedstrijd ontvangt de jeugd SR een consumptiebon;

De afgevaardigde van de scheidsrechterscommissie, praktijkbegeleider maakt per wedstrijd een kort verslag/rapport;

De scheidsrechterscommissie komt regelmatig bijeen, bespreekt de ervaringen en doet naar aanleiding daarvan aanbevelingen;

Een aanbeveling kan ook leiden tot het op individueel niveau voorstellen van “hogere niveaus”.

4 De Scheidsrechtercoördinator/Praktijkbegeleider is gebruikelijk een afgevaardigde van de scheidsrechterscommissie. Aangezien hij/zij ook zorgdraagt voor de actieve begeleiding op de wedstrijddagen zijn de volgende kwaliteiten en eigenschappen van belang. Deze functionaris:

  • heeft kennis en inzicht van sociale processen en past dit toe in de scheidsrechters benadering;
  • heeft affiniteit met jeugd, jeugdspelers en jeugd SR’s;
  • heeft inlevingsvermogen in het voetbalspel;
  • gebruikt pedagogische handvatten in de benadering van jeugd SR’s en scheidsrechters;
  • is sterk in mondelinge en schriftelijke communicatie;
  • begeleidt, motiveert en stelt een rapport op;
  • evalueert na afloop samen met de jeugd SR de wedstrijd en verwerkt deze eventueel in het rapport.


5 Verder van belang:

De scheidsrechterscommissie zal leden en (bege)leiders alsmede het bestaande scheidsrechterskorps actief stimuleren en begeleiden om wedstrijden zo goed mogelijk te leiden.

Hiertoe neemt zij regelmatig initiatieven om het kennisniveau te verhogen. Dit kan door informatie te delen via de website dan wel door het organiseren van spelregelavonden.

De scheidsrechterscommissie zal zich eveneens inspannen om persoonlijk kennis te nemen van de prestaties in de praktijk die ook individueel of in de vorm van algemene aanbevelingen gedeeld kunnen worden.

Een niet te onderschatten rol en verantwoordelijkheid betreft die van de assistent-scheidsrechter. De scheidsrechterscommissie neemt zich ook voor ook deze groep met raad en daad te ondersteunen.

6 Tenslotte:

Alle scheidsrechters en assistent-scheidsrechters worden van harte uitgenodigd regelmatig de spelregelkennis bij te houden. Dit kan door middel van de spelregels die worden beschikbaar gesteld door de KNVB (ref.: http://www.knvb.nl/downloads/bestand/1851/spelregels-veldvoetbal).

Zie ook de nieuwe spelregels die gelden vanaf 2016: http://www.knvb.nl/nieuws/scheidsrechters/scheidsrechters/18789/nieuwe-spelregels-wat- verandert-er

Maar ook zijn er talloze leuke en wetenswaardige spelregeltoetsen opvraagbaar. Zie bijvoorbeeld: https://www.voetbalmasterz.nl/

http://scheidsrechters.eu/spelregeltoets/ http://scheidsrechters.voetbal.nl/spelregels/voetbalspelregeltest

En tenslotte de scheidsrechtersvereniging in Amersfoort staat bekend om zijn goede toetsen: http://www.covs-amersfoort.nl/

En voor degenen die zich alvast een klein beetje willen voorbereiden, enkele “weetjes” en tips:

  • Voor aanvang van de wedstrijden altijd het digitale wedstrijd formulier invullen en controle op de spelerspassen;
  • Probeer in het veld altijd daar te lopen en te zijn waar je een zo goed mogelijk overzicht en zicht op de spelsituaties hebt;
  • loop zo veel mogelijk links in het spelveld om zicht te hebben op de bal en assistent- scheidsrechter.
  • maak bij een fluitsignaal voor een overtreding een kleine handbeweging om zo de overtreding te verduidelijken;
  • het geven van “voordeel” verduidelijk je door een handsignaal of door “voordeel” te roepen, niet door te fluiten!;
  • als de assistent-scheidsrechter vlagt voor een (buitenspel)situatie die herroepen wordt, geef dan hem/haar via een handsignaal te verstaan dat je het signaal gezien maar niet overgenomen hebt. Een goed voorbeeld hiervan is dat er buitenspel dreigde of was maar de bal komt in handen van de doelman;
  • assistent-scheidsrechters moet worden gevraagd om niet te vlaggen bij overtredingen;
  • de assistent-scheidsrechter assisteert in gevallen van buitenspel, ballen over de achter- of zijlijn en geeft aan wanneer er gewisseld moet worden;
  • de beste positie bij een hoekschop is op de doellijn nabij de doellijn staan om zo zelf een doelpunt te constateren;
  • fluit duidelijk en met overtuiging en geef desnoods mondeling een toelichting;
  • een vuistregel bij overtredingen is dat het een directe vrije schop betekent als er fysiek contact is geweest of er sprake is van een strafbare handsbal;
  • alle andere overtredingen, hinderen, gevaarlijk spel, de doelman die een terugspeelbal oppakt, opmerkingen over de leiding en buitenspel leveren een indirecte vrije schop op;
  • geef bij een indirecte vrij schop door middel van een handsignaal aan dat uit deze niet direct gescoord kan worden;
  • voor een hoekschop hoef je altijd niet te fluiten maar wijs met je arm naar de hoekvlag;
  • bij inworp wijs met je arm de richting van het aanvallende doel;
  • de doelman mag niet gehinderd worden bij een uittrap, spelers moeten 2 meter afstand houden.


En nog even over buitenspel, omdat het zo belangrijk is, hier de korte versie:

Een speler staat in buitenspelpositie als deze zich dichter bij de doellijn van de tegenstander bevindt dan de bal en de vóórlaatste tegenstander. Dit geldt niet wanneer de speler zich op zijn speelveld- helft bevindt.

De laatste twee tegenstanders kunnen zowel een veldspeler en de doelman, als twee veldspelers zijn. Een speler telt ook mee als hij zich achter de doellijn bevindt. Als de speler zich op dezelfde hoogte als de voorlaatste tegenstander (of meerdere tegenstanders tegelijkertijd) bevindt staat hij niet in buitenspelpositie. Waar voorheen enkel de voeten van de spelers telden om een buitenspel- positie te beoordelen, tellen nu alle lichaamsdelen van de spelers mee, behalve de handen en armen.

Een speler staat ook niet in buitenspelpositie als hij zich op het moment van het spelen van de bal achter de bal bevindt. Een misvatting die hieruit is ontstaan is dat een speler enkel bestraft kan wor- den voor buitenspel wanneer de bal voorwaarts beweegt. Dit is echter niet correct: een speler kan wel degelijk in buitenspelpositie staan als hij voor de bal staat, maar achteruit moet lopen omdat de bal achterwaarts gespeeld wordt.

In buitenspelpositie staan is niet tegen de regels. Het wordt pas strafbaar als een medespeler de bal naar een speler speelt die op dat moment in buitenspelpositie staat. Een speler wordt alleen voor zijn buitenspelpositie bestraft, indien hij op het moment dat de bal wordt geraakt of gespeeld door een medespeler, naar het oordeel van de scheidsrechter, actief bij het spel betrokken is door in te grijpen in het spel, of een tegenstander in diens spel te beïnvloeden, of voordeel te trekken uit zijn buitenspelpositie.

Een speler wordt niet voor zijn buitenspelpositie bestraft indien hij de bal rechtstreeks ontvangt uit een hoekschop, doelschop of inworp. Ook wordt hij niet bestraft als hij de bal van een tegenstander ontvangt, behalve als de bal terugkaatst op het doel of de doelman. De spelers die bij het schot op doel buitenspel stonden, kunnen dus niet de bal aanspelen.

Indien een speler strafbaar in buitenspelpositie staat, wordt gesproken van buitenspel. Dit is een overtreding en leidt tot een indirecte vrije schop voor de tegenstander.

Veel succes en tot in de praktijk,

Namens de scheidsrechterscommissie, Willem Dingerdis, scheidsrechterszaken@vvbergen.nl

voeg je eigen gadgets toe aan deze pagina!